een koalabeertje, gewoon langs de weg
Zaterdag 21 april: The grampians
Zondag 22 april: weer richting kust.
We worden wakker door de vogeltjes, oa R2D2 is er weer. We stellen vast dat 1 van de mannen naast ons gewoon onder een zeil aan het kampvuur geslapen heeft. Ongelooflijk. Ze hebben alles mee: een bush BBQ op gas, een radio, hun kofferbak zit vol met hout dat ze vergaard hebben uit het bos, Ze zijn heel goed geëquipeerd. En toch slaapt 1 van hen bijna letterlijk onder de blote hemel met zijn slaapzak en hoofdkussen en zeil dat hij dubbel plooit. In het gezelschap van insecten, slangen, kangoeroes, .... Ik zou geen oog dicht doen. Daarna bezoeken we Mac Kenzie falls. Een stevige klim naar beneden, Ze zijn impressionant! Daarna bezoeken we 2 Aboriginal art sites, waar we rotstekeningen zien van heel wat jaren oud. Witte figuurtjes, die blanken voorstellen en waarmee de Aboriginals wilden communiceren, maar die hen niet verstonden. En rechtse kinderhandjes, in het oker. Vermoedelijk het gevolg van een speciaal ritueel, waarbij kinderen vanaf een bepaalde leeftijd hun handjes er mochten zetten. De weg naar beide arts sites gaat over onverharde weg. De mobile home rammelt, kraakt, davert, maar dat ding is lijkbaar veel gewoon.
En we passeren nog een leuk wandelpad naar Mount Zero. Slechts 1 km stappen… Hmm dat doen we ook nog ‘even‘. En het zag er een simpele wandeling uit. Ik denk dat het dan wel ok zal zijn op mijn teenslippers, waarmee ik de wereld rondstap. Gewapend met rugzakje met fototoestel, camera, koekjes en water, een laag zonnecreme en hoed op, zetten we de walk in. Het is een prachtige wandeling, over de rotsen, tussen smalle spleten, af en toe steil omhoog… easy was het helemaal niet, eerder medium…. En zeker niet op teenslippers, we doen er meer dan 1,5 uur over. Wat een prachtige vergezichten!
Zo een tocht wil ik wel elke dag doen. Veilig, alles goed aangeduid, klimmen en klauteren, en genieten.
Zondag verlaten we normaal gezien, volgens onze planning, the Grampians, en rijden we weer richting kust. We beslissen van zaterdag alvast wat kilometers te vreten, en al richting Coonnawarra te rijden en daar in de buurt te overnachten. Zodat we zondag de red center number 2 (de rode wijnstreek) van Australie kunnen verkennen. Maar zaterdagavond, onderweg, net wanneer ik aan het stuur zit, begint het te onweren, en het wordt behoorlijk snel donker… we slaan een wegje af omdat we op de kaart een meertje zien, en hopen dat we daar kunnen overnachten… maar we belanden in de midlle of nowhere.. Geen dorp te bekennen, alleen maar die ene weg… en af en toe een brievenbus of een ingang van een homestaed, die dan meer dan 100 m van de weg ligt, en waar we af en toe een beetje licht zien. We moeten met andere woorden gewoon doorrijden, want naast de weg gaan staan is hier geen optie… Niet dat er hier zoveel volk passeert, maar dat zou niet veilig zijn… dus rijden we nog ongeveer 50 km verder tot we weer in de bewoonde wereld terecht komen,… iets verder dan we gepland hadden. Ondertussen is het al 7 uur.. En dat is in Australië al heel laat, want om 5 u valt het leven hier stil, en tegen 6 uur zit iedereen knus thuis binnen (behalve in de steden uiteraard). We parkeren ons op een pleintje in het dorp, en tegen half 8 eten we gemarineerde kangoeroesteak… hij smaakt echt wel lekker, maar onze mobilehome ruikt er de ganse avond naar. Dat hoort er nu eenmaal bij.
We hebben altijd wel voor minstens 1 keer avondeten in onze frigo of voorraadkast zitten. Voor in het geval dat we geen restaurantje meer vinden, of we gewoon lekker zelf willen koken.
Gisteren heeft Noel grandioos verloren met Yatsee, en nu wil hij revanche nemen… Hij slaagt er bijna in. Tussenstand 7 voor mij, en 5 voor hem. I’m still winning ;-).
De zondag zijn we al vroeg in de wijnstreek. We dumpen eerst ons ‘afval (wc en vuil water), en we tanken vers water en diesel. Zo zijn we er weer zeker van dat we voor enkele dagen zonder problemen verder kunnen met ons mobiel huisje. We zijn ondertussen de grens gepasseerd en van Victoria naar South Australie gereden. En hier is het een half uurtje vroeger… vreemd hoor een tijdzone met een half uurtje verschil…
We stoppen bij het wijnhuis Wymill, gekend om zijn rode wijn, van de Cabernet Sauvignon druif.
Ze hebben een week geleden geoogst. Hmmm, hij is inderdaad heel lekker. We proeven ook de sparkling White en Red en de chardonnay van het huis. Rode bubbels zijn blijkbaar een Australische specialiteit, maar ons kan het niet bekoren.
Het wordt moeilijk kiezen, we hebben nog een fles bubbels in onze frigo staan, en we moeten overmorgen onze mobile home inleveren en vertrekken dan naar Alice Springs… We kunnen niet met flessen beginnen sleuren, want we zitten vermoedelijk nu al aan onze maximum gewicht in bagage. We kiezen dan maar voor 1 fles, de matured cabernat sauvignon van 2004. Dat is echt wel de beste (en de duurste, slik). Hmm hier zouden mijn pa en broer graag bij geweest zijn ;-). Om af te sluiten serveert de baas mij nog een glaasje ’late oogst wijn’. ik ben geen echte favoriet van zoete wijn, maar deze is echt wel een lekkere spätlese. Hij doet me eerder denken aan een ijswijn van bij ons. Allez, een half litterfleske goed ingepakt, nemen we mee naar België.
Op naar de kust!
Gotye speelt op de radio.. Blijkbaar is hij hier even populair als bij ons, de Belgische Australiër, of de Australische Belg?
Het landschap is ondertussen behoorlijk veranderd, en we rijden door aangelegde dennenbossen. En tussendoor passeren we heel wat weides met net geschoren schapen.. Ze zien er maar kaal uit.
Vanavond willen we in Kingston aan de kust kreeft eten. Die zou daar overheerlijk zijn. En het is een ideale tussenstop richting Adelaide. We rijden langs de kust en stoppen af en toe om de mooie stranden en weiden met koeien en schapen op foto vast te leggen.
Tegen 18 u komen we in Kingston aan. We parkeren in de hoofdstraat en in het restaurant van het Post Hotel serveren ze fresh seafood. Daar moeten we zijn.. Veel meer dan dat is er de zondagavond niet open vrees ik. Maar daar zit wel wat volk.
Het doet me hier een beetje denken aan dat stadje van Mc Leod’s Daughters op TV. De bar, het hotel en het restaurant vind je allemaal terug in eenzelfde etablissement. Het zit vol met locals, en binnen de 2 minuten zijn we aan de praat, en geven ze ons advies en goede raad, what 2 c en what 2 do.
Ze hebben echter geen kreeft vandaag, die moet je vers serveren, en hebben ze niet op voorraad. L Morgenavond kan het wel, maar dan zijn we al lang weer weg.
Maar volgens de barjongen kunnen we morgenvroeg aan de pier, waar we geparkeerd staan en overnachten, verse levende kreeft kopen en die koken ze zelfs voor ons, als we dat willen.
Dat toch liever niet. We bestellen dan maar de sea food platter. Scampi’s, inktvis, cocquiles en een mooi stuk hondshaai en frietjes. Superlekker én spotgoedkoop.
Morgen richting Adelaide. Victor Harbor en de stad verkennen… of zouden we toch nog richting Barossa valley rijden? Na het boeiende gesprekje en de tips van het oude lokale koppeltje (met nb Duitse roots) in het restaurant, zijn we aan het twijfelen.. Jacobs Creek bezoeken? Of een andere, kleinere wijnboer. Het klinkt heel aanlokkelijk… we zien het morgen wel.
We slapen hier gemakkelijk van 22h tot 7 h.
Tijd om onder de wol te kruipen! Noel ligt al te snurken.
Slaap wel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten