Bo Jangels in Alice spring
De Olgas Kata Tjuta
Thorny devil
onze kampplaats
gegratineerde patatjes
onze dotpaintings
Alice Springs telt 30.000 inwoners, en het aantal groeit. In de zomer is het hier tussen de 30 en de 40°. Nu (herfst) is het hier zalig van temperatuur.. 20 à 30°.
We worden om 6 u opgepikt door de reisorganisatie Connections Entrepid door onze gids/chauffeur Bernie en onze kok Andrew. De volgende 4 dagen gaan we met een bushtruck rondrijden door the red center of Australia en zullen we kamperen. We zijn met een 20tal toeristen; Zwitsers, Canadezen, Italianen, Hollanders, Fransen, 1 Japanner en 1 Indier uit Londen, en 3 Chinese tieners. Het ziet er een leuke bende uit. We zullen heel wat kilometers vreten in deze rode woestijn.
Onderweg komen we roadtrains tegen, dat zijn megalange trucks met vee. 3 trailers met 2 verdiepingen, waar telkens 22 stuks vee op kunnen.. 134 koeien in totaal!
De catlle stations tellen hier 18.000 stuks vee die tegen extreme temperatuur kunnen. Ze hebben meestal een eigen airstrip en een helikopter. De airstip voor vliegtuigen die lange afstand aankunnen v die van the Royal Flying Doctors), en een helikopter voor de korte afstand en voor hun dagdagelijkse activiteiten.
Vroeger werken er heel wat volk op de cattle farms: aboriginals of locals om het vee bij mekaar te drijven met paarden, quads, brommers of zelfs met helikopters. Nu is er amper nog personeel op de farms.
Nu gebruiken ze speciale hekken om hun dieren te verzamelen: one way gates. Als ze hun dieren willen samen brengen zorgen ze er voor dat de hekken rond de waterplaatsen maar in 1 richting open gaan, en gezien de beesten toch regelmatig hun water opzoeken, kunnen ze ze op 3 dagen tijd allemaal verzamelen
Het is +/- 440 km naar Uluru of het vroegere Ayers Rock.
Onderweg zien we wilde kangoeroes; hier zijn ze bruinrood, in tegenstelling tot die in de regenwouden die grijs waren. Grote beesten die je best niet kwaad tegenkomt. Ze worden van klein af aan door hun moeder getraind en leren al spelend boxen om zich te beschermen. We komen ook dingos en kamelen tegen! Er zitten hier meer dan een mio wilde kamelen in de woestijn. Vroeger had je hier veel kamelentrails, waarmee goederen door de woestijn vervoerd werden. Je hebt hier ook kamelenfarms, we stoppen aan eentje om te tanken. En het stikt hier van de vliegen. Je komt nog maar buiten en er zitten er direct een 10 tal rond je gezicht, in je oren, neus,… pfff, vervelend, maar onschadelijk. Je kan hier vliegennetjes kopen om over je hoed of pet te spannen, maar in de herfst is het niet echt nodig, in de zomer wel.
Er passeren ons ook heel wat auto’s met caravans, en soms ook wel een moilehome of crazy campervan. Ze noemen dat hier the migration of the South to the Nord. Snowbirds (grijze gegoede gepensioneerden) die wanneer het in het zuiden afkoelt naar het noorden trekken, en daar overwinteren.
We stoppen onderweg naar Uluru even aan een eenzaam tankstation langs de weg. Daar kunnen we nog wat drank kopen of snoep. Noel koopt een blikje bier voor vanavond, en we moeten ons paspoort laten scannen! In the Northern Territory gelden strikte regels mbt alcohol. Als je op een lack list staat krijg je er geen. We hadden ook al gezien dat er bij het binnenrijden van bepaalde dorpen er bepaalde uren zijn waarop je in het openbaar mag drinken, en wanneer het niet mag.
Toch vreemd. Later vernemen we dat je bv in Alice Springs nergens in het openbaar alcohol mag consumeren. En je mag ook niet in de buurt van een liqor store betrapt worden met een open krat bierlikjes. Een gesloten krat mag wel, want je mag het wel kopen… als ze je betrappen ermee krijg je een fikse boete… niet echt logisch, kopen mag, maar drinken, of mee hebben in de bus bv mag niet. Zo proberen ze het alcoholmisbruik bij de Aboriginals te beperken. Thuis of op café consumeren mag dan weer wel. Maar ga niet op bezoek bij een vriend met een flesje wijn als cadeau, want als ze je tegenhouden heb je problemen… En zeggen dat ik 1 fles wijn en kleine fles bubbels mee heb in mijn valies. Maar als je hier bv als toerist met een moile van een fles wijn in je frigo zitten hebt, die je op de camping consumeert bij je eten, maken ze er geen probleem van. Tenzij het op Aboriginal land is, daar is een strikt alcoholverbod.
We zien Uluru al van kilometers ver. Een mastodont van een monoliet die 400 m boven de grond uitsteekt en waar nog eens 2 km diep van onder de grond steekt. Prachtig hoe de zon er op schijnt. Het is een heilige plaats voor de Aboriginals, en het behoort hen weer toe sinds enkele jaren. Nu least de overheid de rots van hen voor 100 jaar, en jaarlijks krijgen de landeigenaars ervan geld in ruil. We maken er een mooie wandeling en bezoeken er het Aboriginal cultural center, waar we heel wat meer te weten komen over de oude cultuur van de Aboriginals. Op dit moment kan je de rots beklimmen, (droog en niet te warm meer), maar de Aboriginals vragen je van het niet te doen, uit respect voor hun heilige plaats. Wij respecteren die vraag, maar velen negeren het.
We rijden enkele km van de rots weg naar een parking, en blijven er tot sunset, om het effect van de ondergaande zon te zien op de rots. Met een glaasje bubbels en wat hapjes. Hmm als dit een voorteken is van wat er ons nog aan eten en drinken staat de volgende dagen, dat gaat het goed zijn en zijn we in goede handen met kok Andrew.
Daarna rijden we naar de campground. Connections heeft er een eigen plekje: met mooie afgeschermde keuken met drinkbaar water, gasfornuis, frigo, wasbakken, en een BBQ, kampvuur en mooie tenten met bedden en elektriciteit. De sanitaire blok delen we met de rest van de campsite… heel veel toiletten, wasbakken en douches. En allemaal heel proper. Oef!
Het droge hout dat we onderweg uit de bush hebben meegenomen komt goed van pas, want het is al serieus wat afgekoeld. Vanavond staat bushtucker op het menu. Met enkelen helpen we de kok een beetje: groentjes snijden, tafel dekken, en hij tover kameel, kangoeroe en steak op de BBQ te voorschijn, met sla, aardappeltjes, tomaat, enz, een lekker glaasje wijn, en als toetje chocolate cake. Onze kok doet het echt wel goed. En die kameel was best wel lekker. De kangoeroe is superlekker, en de steak laat ik passeren. Hmm kamperen noemen ze dit. Het is eerder een luxekamp, met muisjes die de vloer kuisen terwijl je nog aan tafel zit. ;-). Voor we onder de wol kruipen, wandelen we nog met enkelen, met onze lampjes mee, naar de lookout inde buurt om de sterrenhemel te bewonderen. Zoveel sterren he ik nog nooit gezien, en de melkweg is ook heel mooi zichtbaar. .
We moeten er vroeg uit morgen, want we willen de zon zien opkomen als we al in Kata Tjuta zijn. Een rotsformatie van wel 30 monolieten hier niet ver vandaag. We gaan daar 8 km wandelen en starten al om 6 u. Eerst douchen, want morgen hebben we daar geen tijd voor. Het is echt wel koud in de tenten. Noel warmt mijn bedje even voor, maar ik mis ‘s nachts mijn stoveke naast mij in bed en word vroeg wakker van de koude.. Mogen vraag ik extra dekens!
Onderweg naar Kata Tjuta moeten we plots stoppen voor 2 kamelen die de weg over steken.. Je moet hier goed opletten in het donker, want soms slapen die beesten op de weg die lekker warm is van tijdens de dag op te warmen. Ondertussen hebben we gemerkt dat Andrew onze chefkok ook in een tentzeil slaapt. Het blijkt een swag te zijn. Een soort canvaszak die tegelijkertijd matras als dekzeil is. Waarin je slaapt met je deken en je kussen er in, onder de blote hemel. We hadden het al eerder in de mountains gezien, maar toen hadden we helemaal niet door dat het daarvoor diende en verklaarden we die aussie voor geschift… oeps.. Als we willen kunnen we er ook lenen, om in te slapen naast het kampvuur… no way…
Bijna iedereen helpt regelmatig een handje met opruimen, afwassen, de truck laden, hout sprokkelen.. Behalve de hollanders. Het zijn er 2 speciale.
Het klikt al heel snel met een Canadees koppel: Theresa en Pierre. We hebben heel veel plezier samen. En Pierre slaagt er in van zelfs de 2 hollanders op een bepaald moment aan het werk te zetten. Eigenlijk klikt het wel met iedereen, Ook met de 3 Chinese studentjes die niks gewoon zijn, en echt wel afzien op de tochten. Btw chéché is dank u in het chinees. Meer heb ik niet geleerd, veel te moeilijke taal.
De meeste van de 400.000 overblijvende aboriginals zijn mariginalen, Ze wassen zich niet, werken niet, drinken veel, dragen lompen en zijn vuil (veel oor- en oogontstekingen omdat ze de vliegen laten gedijen), en ze leven van elektronisch geld dat ze van de overheid krijgen (stempelgeld en sociale steun). Met hun preloaded kaarten kunnen ze vnl eten kopen, en een beperkte hoeveelheid alcohol en sigaretten. Ik weet niet of de overheid er goed aan doet ze te financieren voor hun niksdoen. Zo bevorderen ze de marginaliteit in de plaats van hen te helpen.
Zonde dat er niets over blijft van hun oude cultuur.
Ik heb een extrea deken voor de nacht, en deze keer heb ik warm genoeg!
We verkennen de Kings Canyon op 29 april. Een tocht van 6 km boven langs de afgrond, en beneden in de kloof zelf. Een uitdaging voor mij, gezien ik echt wel moeite heb met afgronden als er geen hek of railing is. Het is een prachtige omgeving, maar ik zie overal gevaar en ik weet dat ik overdrijf, maar echt genieten doe ik niet. Omdat ik zo ver weg blijf van de randen zie ik ook niet of het gevaarlijk is of niet, en lijkt het alsof iedereen gewoon veel te kort er bij staat. Ik weet rationeel dat het niet zo is, maar mijn gevoel zegt iets anders.. Noël weet uit ervaring dat hij best in mijn buurt blijft. Terwijl anderen van de omgeving genieten, keert mijn maag, sta ik half te trillen op mijn beden en krijg ik het benauwd. Hoe sneller dit achter de rug is hoe beter. Ik ben blij dat ik de tocht gedaan heb! Een overwinning voor mezelf, dat wel, maar ik hou het bij deze éne keer. Hier zien ze me niet meer terug. Ravijnen, ik vrees dat dat niet mijn favorieten zijn.
Daarna gaat het richting Wallace rockhole. Een aboriginal dorp waar we ook gaan overnachten.
Aboriginals kunnen niet meer overleven van het land, volgens hun oude traditie; omdat het land niet meer genoeg opbrengt door de vele koeien.
Er zijn amper nog bloedzuivere aboriginals te vinden. Je merkt dat veel kinderen bruin, ros haar hebben. Dat zijn de genen van hun blanken vaders in hun bloedlijn.
De jongere generatie leert niet meer van de verhalen van de oudere generatie en verveelt zicht.
Omdat het in sommige gemeenschappen uit de hand liep, heeft de overheid ingegrepen, en zijn ze heel streng geworden en hebben ze heel wat (begrijpelijke) maar overbodige, foute maatregels getroffen waardoor ook de goed functionerende groepen begonnen achteruit te gaan. Volgens onze lokale gids Fred, die getrouwd is met een aboriginal vrouw, grijpt de verheid op een verkeerde manier in. In de plaats van initiatieven te bevorderen en hen te laten werken, vervelen ze zich te pletter en eindigt een heel groot deel van hen in de goot. Fred vertelt ons het verhaal van de stolen generation… blanken haalden in begin 20 ste eeuw halfbloedjes weg bij hun Abo mama, om hen te beschermen en te behoeden. Het was hartverscheurend voor de kinderen en de mama’s. Onbegrijpelijk.. Maar er zijn 2 kanten aan de medaille. Als ik nu zie hoe die kindjes vuil, mager stinkend, ziek op blote voeten ’ s nachts nog in Alice Springs rondlopen…. Dan heb ik hartzeer. Die kinderen verdienen beter. Ze hebben gewoon geen enkele kans op een beter leven Mochten ze nu die kinderen weghalen bij hun dronken ouders, dan hebben ze misschien nog een toekomst?
Het ziet er naar uit dat de oudste cultuur van de wereld ooit zal verdwijnen.
Ze hebben eeuwen overleefd op het land, van het land. En nu ziet het er naar uit dat de westerse cultuur hen zal nekken en zal overwinnen.
Tot nu toe hebben we alleen nog maar vieze abo‘s gezien, dat strookt helemaal niet bij het beeld dat ik van hen had. . Wat een ontgoocheling,
We krijgen een les dotpainting. Daar ontmoeten we een lokale aboriginal vrouw die een prachttekening aan het maken is. Het is een lokale artist die proper is, niet stinkt, normale kleren draagt. Ze is ondernemend, vertelt haar dreamings via de mooie paintings die ze maakt, en met dat positief beeld van de enkele aboriginals die wel iets van hun leven maken, nemen we afscheid van Wallace waterhole.en rijden we weer naar Alice Springs.
Nog voor we naar Sydney vliegen op maandag 30 april, bezoeken we de Royal Flying Doctors Service. Wat een prachtorganisatie! Iedereen kan altijd en overal rekenen op deftige medische hulp, en die dokters verrichten wonderen voor de mensen op het platteland.
We gaan nog even langs het reptielenhuis. Giftige slangen, krokodillen, alle soorten hagedissen, skinks, dit was iets voor Bryan!
Vanavond Sydney by night!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten